π Plakinstructies voor stickers met applicatiefolie
Een sticker bestaat uit drie delen:
1οΈβ£ Drager (onderkant) – het papier waarop de sticker zit
2οΈβ£ Sticker zelf – het ontwerp dat op de ondergrond wordt geplakt
3οΈβ£ Applicatiefolie (bovenlaag) – helpt bij het nauwkeurig aanbrengen
Stap-voor-stap instructies:
β Voorbereiding: Zorg ervoor dat de ondergrond schoon en vetvrij is. Gebruik een mild reinigingsmiddel en droog daarna met keukenpapier of een schone theedoek.
β Sticker positioneren: Plaats de sticker op de gewenste plek en zet deze vast met schilderstape om verschuiven te voorkomen.
β Sticker goed aandrukken: Wrijf over de hele sticker zodat alle drie de lagen stevig aan elkaar blijven zitten.
β Drager verwijderen: Zet de sticker aan de bovenkant vast met schilderstape. Houd de sticker omhoog en verwijder voorzichtig de drager (onderkant). Mocht een stukje sticker blijven plakken aan de drager, vouw dan rustig terug en wrijf opnieuw over de sticker.
β Sticker aanbrengen: Vouw de sticker langzaam terug naar beneden en plak voorzichtig vast. Gebruik een bankpas of rakel om de sticker van boven naar beneden en van links naar rechts glad te strijken. Dit voorkomt luchtbellen.
β Applicatiefolie verwijderen: Trek de folie voorzichtig los. Blijft de sticker plakken aan de folie? Druk dan opnieuw stevig aan en wrijf extra over de sticker.
β Afwerking: Zodra de applicatiefolie is verwijderd, druk de sticker nog een keer goed aan. Nu zit je sticker stevig vast! π
Volg deze stappen en geniet van een strak geplakte sticker zonder luchtbellen! πβ